nieuws

Glazen plafond door ongelijke uitstroom

18 maart 2019

De langzame instroom van vrouwen in de top en subtop is al vaak onderwerp van onderzoek geweest. Weinig is bekend over de uitstroom van vrouwen uit de (sub)top als mogelijke verklaring daarvoor. Als vrouwen in de (sub)top vaker dan mannen vertrekken, betekent dat een rem op de groei van vrouwen in de top. Daarom heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onderzoek gedaan of vrouwen die als leidinggevende werken, vaker dan mannen vertrekken naar een lagere functie. En wat blijkt? Bij overgang naar een lagere functie komt maar liefst 58% van de vrouwen terecht in een functie waarin zij niet langer leidinggeven, ten opzichte van slechts 37% van de mannen. Dat terwijl het percentage mannen en vrouwen dat uitstroomt gelijk is (40%). Ook werkt twee jaar na de uitstroom een derde van zowel de mannen als de vrouwen in een leidinggevende functie. Maar doordat eerder een groter deel van de vrouwelijke leidinggevenden terechtkomt in een niet-leidinggevende positie, blijven er alsnog minder vrouwen beschikbaar voor toekomstige topfuncties. Zo speelt uitstroom van vrouwen ook een rol bij het geringe aandeel topvrouwen.

 

Uitstroom onder de loep

In de slotbeschouwing van het onderzoek geeft het SCP nog een aantal tips voor HR om deze uitstroom te onderzoeken en verbeteren:

 

  • Voer exitgesprekken met vertrekkende medewerkers. Zo kunt u achterhalen wat de redenen zijn van de gewenste functieveranderingen of het vertrek naar ene andere werkgever. Hiermee kunt u vervolgens aan de slag met beleid om ongewenste uitstroom te voorkomen.
  • Zorg voor een diversiteitsbeleid in uw organisatie, dat niet alleen gericht is op instroom, maar ook op uitstroom.
  • Zorg voor regelmatige communicatie met uw medewerkers over hun tevredenheid over het werk, ambities en loopbaanperspectief. Gebruik deze informatie om beleid te ontwikkelen om ongewenste uitstroom in uw organisatie tegen te gaan.